Resistentie

Wat is resistentie?
Er wordt gesproken over resistentie als wormen niet meer gevoelig zijn voor een bepaald ontwormingsmiddel. Als een ontwormingsmiddel wordt toegepast op de juiste dosering en het doodt minder dan 95% van een wormensoort, dan spreekt men van wormresistentie.
Nadat een paard een wormkuur heeft gekregen zullen altijd een klein aantal wormen overleven die niet gevoelig zijn voor het gif in de wormkuur. Deze wormen zullen deze eigenschap doorgeven aan hun nakomelingen.
De gevoelige wormen verdwijnen en de wormen die niet gevoelig zijn zullen zich voortplanten, waardoor na een tijd alleen nog maar wormen overblijven die niet gevoelig zijn voor het gif. Als overgestapt wordt naar een ander soort gif gebeurt hetzelfde, waardoor de wormen ongevoelig zijn voor beide soorten gif.
Het is inmiddels al zo ver dat verschillende soorten wormen resistent zijn voor de eerst ontwikkelde werkzame stof: Fenbendazol. Ook is al resistentie ontdekt bij spoelwormen, aarswormen en de kleine bloedworm tegen wormkuren met Ivermectine.
Verwacht wordt dat bij onveranderd wormbeleid er in 2025 mogelijk resistentie zal bestaan tegen alle nu bekende werkzame stoffen!
Terugdraaien van de opgebouwde resistentie is niet mogelijk, maar vertragen wel.

Gebleken is dat 80% van de paarden waarvan mestonderzoek is gedaan niet hoeft te worden ontwormd!

In hele gebieden in Australië, Noord Amerika en Zuid Afrika kunnen geen schapen meer gehouden worden omdat de worm-infectiedruk daar zo hoog is en de ontwormings-middelen nog zo slecht werken dat schapen daar geen kans hebben om te overleven.

De Nederlandse overheid heeft besloten dat wormkuren alleen nog via dierenartsen verkrijgbaar zijn om te voorkomen dat resistentie door onnodig gebruik van wormkuren een onbeheersbaar probleem wordt.

We moeten op een andere manier gaan denken: niet meer proberen om de paarden wormvrij te krijgen (dit is een illusie en niet nodig), maar de wormen controleren: dus wormmanagement in plaats van wormbestrijding!
Dit kunnen we bereiken door o.a.:
* kennis van de verschillende soorten wormen en hun levenscyclus
* als er ontwormd moet worden weten met welk middel, wanneer en voor welk gewicht
* weidemanagement
* introductie van nieuwe paarden in de kudde
* hygiene en regelmatig mest verwijderen
Let ook op nieuwe paarden op stal of in de wei: laat de mest van de nieuwkomer controleren op de aanwezigheid van wormeitjes voordat je dit dier met de rest van de kudde in de wei zet.

Bij een mestonderzoek worden meer eieren gevonden bij:
* paarden met stress (bijv. bij beleren, nieuwe huisvesting)
* zieke paarden
* bij paarden met cushing (PPID)
* na gebruik van corticosteroïden
* en waarschijnlijk bij het geven van veel krachtvoer – waardoor de zuurgraad in de darmen
beïnvloed wordt en wormen beter gedijen.